Wel kijken maar niet ijken

Een biertje voor een stuiver
27 mei 2021
Tilburgs eerste microbrouwerij
15 juli 2021

Wel kijken maar niet ijken

In juli van het jaar 1717 klopt Gerart de Jongh aan bij de familie Melis. Of hij even in de brouwerij mag kijken, zodat hij de brouwketel en de brouwkuip kan ijken. Maar daar komt niets van in. ‘Ons vader is er niet en bovendien gebruiken we die brouwketel niet’, is het antwoord van dochter Catharina die opendoet. Waarop De Jongh op weg gaat naar brouwer Hendrick Pullens, die een stukje verderop woont.

Dergelijke situaties komt substituut-ijkmeester Gerart de Jongh, werkzaam in de Meijerij van ’s-Hertogenbosch, wel vaker tegen. In de jaren 1716-1717 is hij belast met het ijken (het vergelijken van de inhoud met een vaste standaard) van de Tilburgse brouwketels en -kuipen. Dit alles om de ‘opslag van de impost op de bieren ten platte lande’ te kunnen bepalen.

Aha, een belastinginspecteur dus!

Op dat moment telt Tilburg 16 brouwerijen met in totaal 17 brouwketels. Hiervan is het grootste deel ‘coopbrouwer’, dat wil zeggen dat ze commercieel brouwen voor de plaatselijke markt. De overigen zijn ‘huisbrouwer. Zij brouwen zonder winstdoelstelling voor de eigen gemeenschap. Daarbij moet je denken aan grote boerenbedrijven en kloostergemeenschappen waar ook lekenpersoneel woont.

Op dat moment telt Tilburg 16 brouwerijen met in totaal 17 brouwketels. Hiervan is het grootste deel ‘coopbrouwer’, dat wil zeggen dat ze commercieel brouwen voor de plaatselijke markt. De overigen zijn ‘huisbrouwer. Zij brouwen zonder winstdoelstelling voor de eigen gemeenschap. Denk daarbij aan grote boerenbedrijven en kloostergemeenschappen waar ook lekenpersoneel woont.

Het zit Gerart niet mee. Regelmatig moet hij constateren dat het materiaal in zodanig slechte staat is dat er van brouwen nauwelijks sprake kan zijn. In een enkel geval mag hij niet eens binnenkomen. Bij Norbart Beris kan de kuip niet gemeten worden omdat die onbruikbaar is. De kuip van Wouter Schippers is lek. Bij de kinderen van Claes Aert Voskens én bij Cornelis Grevenbroeck is de kuip ‘in geen staat om precies gemeten te worden’. Jan Elants weigert zelfs de ijking van de grote ketel en kuip omdat deze volgens hem onbruikbaar zijn. Hetzelfde is het geval bij Jan Beris. Ook bij Cornelis Melis vangt de ijkmeester bot: dochter Catharina weigert de ijking uit naam van haar vader.

Typisch is de situatie in Goirle,

waar De Jongh ook inspecties uitvoert. Bij alle drie de brouwerijen, zowel die van Jan de Leeuw, Adriaen Alewijns als Adriaen Hosemans, is de kuip leeg. Hierdoor kan Hij niet anders dan de inhoud bij benadering weergeven.




Het reglement voor de ijkmeester van de Meijerij van ‘s-Hertogenbosch uit 1681.

Al met al is het dus slecht gesteld met de kwaliteit van het brouwmateriaal in Tilburg. Het gaat dan ook snel bergafwaarts. Waren er in 1694 nog 28 brouwerijen, in 1722 zijn er nog maar 13 over. Het is dan ook een donkere periode voor Tilburg en de rest van Noord-Brabant. Na het einde van de Tachtigjarige Oorlog die in 1648 met de Vrede van Munster zijn beslag had gekregen, struinen Franse troepen regelmatig plunderend langs de dorpen.

Een probleem van een geheel andere orde is dat bier als volksdrank er geduchte concurrenten bij krijgt. Koffie, thee, cacaodrank en jenever worden populair. De daling van het aantal brouwerijen in Tilburg is dan ook nog lang niet tot stilstand gekomen. Maar daarover een volgende keer.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Een account aanmaken?