De Tilburgse bierbrouwerijen 1: Martinus van Tulder

Tijd was (g)een issue bij de NS
4 september 2020

Het is begonnen: mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Tilburgse bierbrouwerijen. Uiteraard met de bedoeling dat er uiteindelijk een boek komt. Maar voor het zover is zal er nog veel water (of bier?) door de Rijn vloeien. Want waar begin je? En waar eindig je? Nou, gewoon ergens in het midden dan maar!

Ik kan natuurlijk vertellen hoe oud het bier als (volks)drank wel niet is. Of sinds wanneer het in Nederland werd gedronken. Of in Tilburg. Maar dat komt allemaal nog wel. Het leek mij leuker om één van die vroegere bierbrouwers bij de kladden te vatten en daar wat over te vertellen. In de hoop dat jullie misschien nog iets weten wat ik nog niet heb kunnen vinden. Vandaag is dat de onfortuinlijke Martinus van Tulder.

Aan het eind van de 19e eeuw richtten een aantal vermogende Tilburgers her en der een bierbrouwerij op. Zo waren er kort voor 1900 ineens een stuk of tien bierbrouwerijen op het huidige Tilburgs grondgebied: die van (de heren) Van den Boer (Schouwburgring), De Kanter (Goirkestraat en Bredaseweg), De Kroon (Hoevense Kanaaldijk), Van Roessel (Korvelplein, Wilhelminapark en Tivolistraat), de paters Trappisten (destijds nog Berkel-Enschot), Witlokx (De Schans), en genoemde Van Tulder (Lovensestraat). Daarnaast waren er nog enkele kloosters die voor eigen gebruik een kleine bierbrouwerij opzetten, zoals de Rooi Harten en de paters Capucijnen.

Voor de Tilburg-kenners onder ons: hoewel de achternaam Van Tulder direct een teken van herkenning zal geven, heb ik geen enkele familieverwantschap kunnen vinden met de vermaarde stadsarchitect Henri van Tulder. Dat hij iconen als de Heuvelse kerk en het inmiddels gesloopte stadhuis bij de Heikese kerk ontwierp en dat zowel de wijken Koningswei en Nijveroord rechtstreeks van zijn tekentafel kwamen, is voor dit verhaal dus niet zo interessant. Wat wél telt: Henri trouwde met ene Johanna Fremau. En die naam komen we wél tegen in het dossier van onze bierbrouwer.

Met dank aan tante Norberta

In 1886 besluit de steenrijke, vrijgezelle Norberta van Tulder haar zevenentwintigjarige neefje Martinus van Tulder, de jongste zoon van haar broer Leonardus, een bierbrouwerij cadeau te doen. Of bierbrouwen nou werkelijk zijn passie was, is maar zeer de vraag. Martin is aanvankelijk leerlooier in Tilburg, net als zijn vader. In 1880 was hij naar Leiden vertrokken, zes jaar later vinden we hem in Aarle-Rixtel. Vanwege de oprichting van de bierbrouwerij in Tilburg, keert hij tyerug naar zijn geboortestad. Samen met zijn gezin betrekt hij een riant pand aan de Spoorlaan.

De bierbrouwerij die Martinus van Tulder – uit naam van zijn tante Norberta – opricht, staat op een perceel dat anno 2020 wordt begrensd door de Lovensestraat, Ambonstraat, Bataviastraat-Bataviaplein en de Zuid-Oosterstraat. In Martinus’ tijd heette het hier nog ‘Eindhoven’. De spoorweg lag nog gelijkvloers. Ter plaatse verbond een overweg de Lovensestraat met de huidige Enthovenseweg.

Op deze foto uit 1954 staat de voormalige brouwerij ongeveer in het midden van het stadsbeeld. Het is het grote witte gebouw waarop staat: ‘Brandstoffen G.J. van Ierland’. Op de voorgrond loopt de spoorlijn Tilburg-Boxtel. Links van het gebouw de Lovensestraat en rechts ervan het Bataviaplein. (bron: RAT – fotoarchief VOLT)

De bierbrouwerij bestaat uit een brouwgedeelte met eest (een inrichting voor het drogen van mout) en een mouterij. Op een tekening die behoort bij de Hinderwetvergunning komen we dan de naam Fremau weer tegen als architect. Die tante Norberta had niet zómaar iemand ingeschakeld om het brouwhuis te ontwerpen! Edouard Fremau had namelijk een decennium eerder het prachtige sociëteitsgebouw van de Koninklijke Liedertafel Souvenir des Montagnards in de Willem II-straat ontworpen. Tegenwoordig is dit bioscoop Cinecitta.

Succes blijft uit

Toch blijken al deze ingrediënten onvoldoende om Martinus’ carrière als bierbrouwer te laten slagen. In 1890 gaat hij een vennootschap aan met de uit Kaatsheuvel afkomstige bierbrouwer Mathieu van Dortmond. Als Van Tulder en Van Dortmond runnen de heren een bierbrouwerij, mouterij en een bierbottelarij. Maar een jaar later wordt de vof alweer ontbonden. In 1893 wordt Martinus van Tulder failliet verklaard. Ironisch genoeg overlijdt in datzelfde jaar zijn tante Norberta. Zij laat een vermogen na van maar liefst zesenveertig miljoen gulden.

Uit de openbare verkoop die daarna volgt krijgen we een mooi beeld van hoe deze brouwerij was ingericht. De opstallen worden omschreven als: ‘een welingerichte bierbrouwerij en erf met bijbehorende woning, koetshuis en remise’. De inventaris bestond op dat moment onder andere uit een maal- en kafmolen, circa 300 grote en kleine vaten en kuipen, bierstellingen, een bierwagen, een partij hop, circa 2000 liter bier in vaten, een perspomp, bascule en schrijfbureau. Ook stond er nog een Tilbury (een klein rijtuig) met paarden- en kartuig.

Op 24 juni 1899 vertrekt Martinus met zijn vrouw en twee kinderen naar België. Hij overlijdt in 1940 in Dendermonde. In de verlaten brouwerij vestigt zich vervolgens de stoomketelfabrikant Hagoort. Rond 1926 verhuist deze naar de Oude Molenbochtstraat (de huidige Dijksterhuisstraat) en betrekt steenkolenhandelaar G.J. van Ierland het perceel aan de Lovensestraat. Deze firma blijft hier zeker gevestigd tot 1963, maar waarschijnlijk tot begin jaren zeventig. In 1971 worden de opstallen gesloopt en maken zij plaats voor woningbouw.

Dus …

Jammer genoeg ben ik er (nog) niet achter wat voor brouwsels Martinus van Tulder produceerde. Als hij al succesvol gebrouwen heeft, want die vraag blijft bij mij hangen. Advertenties van zijn bedrijf ontbreken, evenmin heb ik een brouwboek kunnen vinden. Hebben we hier te maken met een echte bierbrouwer in hart en nieren? Of een rijkeluiskind dat toevallig een brouwerij in de schoot geworpen heeft gekregen en geen idee had wat het brouwersvak inhield? Tot het tegendeel bewezen is houd ik het op het laatste.